Ziekte van Cushing

Ziekte van Cushing

Zomer en winter een vacht met lang krullend haar dat maar niet uitvalt: dat is het eerste zichtbare symptoom van de ziekte van Cushing. De krullen zijn af te scheren, maar de ziekte, die vooral bij oudere paarden voorkomt, veroorzaakt nogal wat ellende. Als zich daarbij nog complicaties voordoen, kan dat voor de paarden fataal zijn.

De ziekte draagt de naam van de  Amerikaanse wetenschapper Harvey Cushing.
Deze zieke werd al in 1932 omschreven, maar nog steeds is hiertegen geen remedie gevonden.
Bij mensen kan de oorzaak door middel van een operatie worden weggenomen, maar bij paarden is deze goedaardige tumor in de hersenen onbereikbaar voor de operatie instrumenten.

Wat is….
De ziekte van Cushing vindt zijn oorsprong in de pijnappelklier (hypofyse), een hersenaanhangsel van slechts een gram of drie.
De klier fungeert als de centrale voor de hormoonhuishouding en stuurt voor de vertering van het voedsel de belangrijke schildklier aan. Zij regelt de voortplanting en is tevens gekoppeld aan de functie van de bijnieren.

Bij Cushing’s disease groeit er een tumor in de pijnappelklier, waardoor deze erg actief wordt en de hormoonhuishouding doet ontsporen. De gevolgen kunnen verregaand zijn en leiden tot de dood van het paard of de pony.

De tumor waar we over praten, is bijna altijd goedaardig. Hij is tegelijkertijd de meest voorkomende tumor bij paarden. Relatief gezien hebben niet zo veel paarden deze ziekte, omdat de meeste paarden niet oud genoeg worden om de ziekte te ontwikkelen. De gemiddelde leeftijd waarop deze ziekte zich manifesteert, is ruim 21 jaar, maar zij kan ook bij jongere paarden voorkomen.
De ziekte maakt geen onderscheid tussen paarden en pony’s, maar komt toch meer voor bij pony’s.

De uiterlijke verandering die het meest zichtbaar is, is de verandering van de haargroei van het dier. Een overactieve hypofyse activeert de bijnierschors, die daardoor corticosteroïden produceert. Alle zieke paarden en pony’s krijgen lang en daardoor krullend haar en wisselen hun vacht nauwelijks of niet meer. Het dier vermagert en wordt niet dikker als het veel eet.

 

Haargroei:      is het meest onschuldig gevolg van Cushing’s disease. De ziekte kent zes complicaties waarvan er altijd een aantal tegelijkertijd optreden. 
Naast extreme haargroei kan het paard last hebben van  hoefbevangenheid, suikerziekte en een toenemende gevoeligheid voor longontstekingen.

Op het moment dat het paard hoefbevangen is of hoefbevangenheid laat zien, is het hoefbeen al gekanteld en is behandeling zinloos. De enige juiste oplossing is het paard te laten inslapen.

Ongeveer 24% van de paarden met de ziekte van Cushing lijdt aan een vorm van hoefbevangenheid.
              38% krijgt een suikerziekte (diabetes mellitus ). Als een paard suikerziekte heeft, plast hij veel suikers en ruikt zijn stal zoet.
Het paard plast zoveel vocht uit dat het ervan afvalt ondanks het feit dat het de gehele dag staat te eten.
Het is dan uit den boze om deze paarden te behandelen voor hoefbevangenheid en op rantsoen te zetten. Zo doende takelen ze nog sneller af.

Groeit de hypofyse erg hard, dan kunnen nog meer bijkomende problemen ontstaan. De druk op de hersendelen wordt zo groot dat ook daar verstoringen optreden.
Zo kan een paard blind worden door de druk en aangestuurd worden om zeer veel te gaan drinken en plassen.
Een ander uiterlijke kenmerk, dat zich bij 15% van de paarden toont, is een vetbultje boven de ogen op de plaats waar eigenlijk een kuiltje moet zijn.
De ziekte kan zich per dier enorm verschillend manifesteren omdat de symptomen afhankelijk zijn van de complicaties van het dier. Hoefbevangenheid betekent weinig goeds, maar komt in lang niet alle gevallen voor.
Bij al deze uiterlijke kenmerken is de ziekte het beste met een bloedproef aan te tonen. Ook zal een urinetest uitkomst bieden, zeker als blijkt dat in de urine een grote hoeveelheid corticosteroïden aanwezig is.

Behandeling
Een behandeling van deze ziekte is niet mogelijk, uitstel van executie wel. Er zijn verschillende middelen om het afgeven van grote hoeveelheden hormonen, veroorzaakt door de tumor in de hypofyse, af te remmen. Na de toediening van deze middelen gaan paarden weer verharen en is de suikerziekte tijdelijk verdwenen, maar het proces in het hoofd van het paard is niet te stoppen.
Genezing is uitgesloten.