Spat

Wat is….
Een paard loopt al jaren in de dressuursport. De laatste tijd merk je dat het paard bij het begin van de training onregelmatig loopt. Na een tijdje gaat het weer wel beter; het lijkt of het een dieseltje is dat eerst warm moet lopen. Kan het paard spat hebben? Hoe kun je spat herkennen en wat kun je eraan doen?

Spat is een ernstige artrotische aandoening die voorkomt in het spronggewricht. Spat is zeer pijnlijk. Het paard kan erg kreupel zijn en zal de beide benen om en om belasten en ontlasten. De prognoses zijn zeer matig te noemen, ofschoon sommige paarden met aangepast beslag goed bruikbaar zijn.

Oorzaak en behandeling….
Spat is een ernstig beengebrek en geeft aanleiding tot een ernstige tot zeer ernstige kreupelheid. De kreupelheid kan zeer afwisselend zijn en sluipenderwijs verergeren. Soms kan een totale vergroeiing  van het gewricht de kreupelheid verminderen of zelfs laten verdwijnen.
Ook kan de vergroeiing worden versneld door een operatie waarbij de spatplaats in verschillende richtingen wordt doorboord om meer activiteit  te krijgen. De vooruitzichten blijven hetzelfde.

spat_h3 spat_h1

Uit de anatomie weten we dat het spronggewricht een samengesteld gewricht is dat eigenlijk bestaat uit 3 gewrichten.
Het buigen en strekken van het spronggewricht vindt vrijwel alleen plaats in het bovenste gewricht  tussen  het schenkelbeen (A) en het katrolbeen (B) .
De lagere gewrichten (1-2-3-) zijn door gewrichtsbandjes zo strak met elkaar verbonden  dat ze vrijwel onbeweeglijk zijn.
Spat is een chronische ontsteking van de onderste geledingen  van het spronggewricht en bevindt zich vooral in de centrale spronggewrichtbeentjes (d) en de onderste laag  van de spronggewrichtbeentjes (e).

 

spat_h5 spat_h16

Deze ontsteking is vooral gelokaliseerd aan de voorzijde van dit gebied (2).

A. Schenkelbeen
B. Katrolbeen
C. Pijpbeen
D. Centrale spronggewrichtbeentjes
E. Onderste spronggewrichtbeentjes
F. Hielbeen

 

spat_h17 Een normaal spronggewricht; de gewrichtspleten  1-2-3 zijn alle mooi open, zonder enige artrose.
spat_h18 spat_h4

De chronische ontsteking gaat gepaard met een ontsteking aan het gewrichtskraakbeen en met een agressieve botwoekering op de randen van het gewricht ( 2 en 3).

De gewrichtsspleten zijn nauwelijks meer te herkennen.

Spat kan zeer sluipend zijn (ontwikkeling in maanden) maar kan ook zeer agressief optreden (ontwikkeling in weken).

 

spat_h7 spat_h15

Op de röntgenfoto’s zien we een “mooie” spat. Dit betekent dat de artrose zich heeft beperkt tot het gewricht van de centrale spronggewrichtbeentjes en de onderste laag  van de spronggewrichtbeentjes.
Deze artrose heeft dit gewricht volledig vastgezet. Het gewricht zal niet meer functioneren.
Het gevolg van deze spat is dat het paard goed bruikbaar blijft, maar in de eerste passen een lichte stijfheid zal vertonen. Na enige tijd zal deze stijfheid verdwijnen.

Links: een opname waarop te zien is dat de gewrichtsplaatsen 1 en 3 een open lijn geven en de gewrichtsplaats 2 volledig dicht zit.

 

spat_h5 spat_h5
(links) een afwijkende spatplaats (rechts)  een normale spatplaats

Deze botwoekering heeft duidelijke uiterlijke kenmerken en is waar te nemen aan de binnenzijde van het spronggewricht.
“De spatplaats” is sterk verdikt. Dit laat zien dat er een artrose aanwezig is. Deze plaats kan bij een actieve spat warm aanvoelen.

 

Spat kan op vele manieren ontstaan door overbelasting van het spronggewricht. Bijvoorbeeld verkeerde standen van het paard — onderstandig, sabelbenigheid, koehakkigheid — kunnen oorzaken zijn omdat deze standen de gewrichten kunnen overbelasten.

Links: Een paard met spat heeft een speciale stand. Het zal de teen van de linker voet
voor of voorbij de rechter voet plaatsen om deze zodoende te laten rusten. Vervolgens  plaatst het de rechter voor of voorbij de linker.

Wat zien we aan een paard met spat?

Paarden worden licht kreupel en zullen zich na een paar dagen herstellen. Na enige tijd zal de kreupelheid terugkeren. De periodes van kreupelheid en herstel worden steeds korter.
Paarden die graag liggen, zullen eerder kreupelheid vertonen en krijgen steeds meer moeite om op te staan.
De paarden hebben ’s morgens problemen met het op gang komen (we noemen deze ook wel startproblemen). De stap is dan zeer kort. Naar gelang het paard meer beweegt, zal het beter gaan.
De paslengte van het achterbeen wordt steeds korter omdat het paard het zere been of de zere benen steeds minder wil belasten. Het zal daarentegen de teen meer belasten en het verzengedeelte proberen te ontlasten.
Spat is zowel een bewegings- als een belastingskreupelheid  en is zeer moeilijk te behandelen.
De volgende stap is een kreupelheidsonderzoek bij een dierenarts, zodat een goede diagnose gesteld kan worden en de behandeling kan worden gestart.
Wel kan een correct spatbeslag enige uitkomst bieden. Dat zal als eerste moeten gebeuren.

Beslag….
Meestal wordt een beslag aangelegd waarbij een wig op de buitentak wordt gelegd: het z.g. voor-binnendoor zetten van de voet.
Het verschil in zienswijze van paardenspecialisten is in dezen groot. Zo wordt de voet in Nederland voor-binnendoor gezet en in Duitsland voor-buitendoor.
De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat in de praktijk beide methoden wisselende successen hebben. Toch hebben deze manieren van beslag ook hun problemen.

Wij hebben de laatste jaren onderzoek gedaan naar de afwikkeling van de voet, de belasting en de druk op het beslag met wiggen.

Het is aantoonbaar dat een paard zijn voet op de voetas wil houden, ook bij spatproblemen. Het kan theoretisch wel  juist zijn om de stand van de voet zo te zetten dat de druk op de spatplaats wordt veranderd, maar in de praktijk blijkt dit toch anders te zijn.

spat_h10 Links: Pijlen 1. en 2. zijn de beiden draagvlakten van het hoefijzer.
pijl 3. geeft de verzenwand aan, die door de wig is teruggedrukt.
De horizontale stippellijn  is de balanslijn van de voet. Men kan constateren dat de voet de wig niet accepteert.

 

Een paard wordt beslagen met een wig op de buitenzijde van de voet, zoals we theoretisch willen. Maar wat gebeurt er nu?
Het paard heeft een scharniergewricht en zal dit scharniergewricht gelijkmatig willen belasten, wat voor probleem het ook heeft (stippellijn). Daardoor zal het de zijde met de wig het meest belasten, wat inhoudt dat het de verzenwand totaal zal indrukken (3). Dit heeft tot gevolg dat “de oplossing erger is dan de kwaal”.
Ook zal een paard dat altijd op de zachte bodem loopt, de tak met de wig meer in de grond drukken (2) zodat de beoogde afwikkeling van de voet teniet wordt gedaan.
Een standverandering bij een paardenvoet is niet de gewoonste zaak van de wereld. De natuurlijke stand wordt veranderd, wat het wegdrukken of indrukken van deze hulpmiddelen tot gevolg heeft. De voeten zullen daardoor stuk gaan.

spat_h9 spat_h14

Het probleem kan zelfs zo ver gaan dat het paard de verhoogde tak met wig (a en b) extreem afslijt om zo weer zijn normale stand  terug te krijgen.

Conclusie: men kan een paardenvoet niet zomaar een geforceerde stand geven; de natuur zal hierop niet of nauwelijks reageren; men zal ieder paard goed moeten observeren zodat men de voet kan beslaan op de manier die het paard aangeeft.
Een paard met spat zal zelf een stand willen aannemen. Deze stand zullen we moeten volgen met het beslag.

Het buiten verzengedeelte  is door een “spatbeslag” met wig geheel teruggedrukt (1).

spat_h12 spat_h13

De binnenwand (2) is normaal.
(3) Eind verzenen. 

 

NIEUW….
Al jaren proberen wij het spatbeslag met wiggen of een beslag waarmee de voet buitenover of binnendoor wordt gezet, te veranderen omdat bij dit “theoretisch” beslag steeds meer problemen optraden en de voeten hierdoor sterk verslechterden.

Uit onze 28-jarige ervaring is gebleken dat een verandering van de voetstand steeds tot andere problemen leidde. Het spatbeslag was zeker een zorgenkind.
We zagen steeds dat een paard met spatbeslag binnendoor, de voeten iets naar buiten wilde zetten om zo toch de totale voet te kunnen belasten. Alleen op een zachte bodem wilde het paard zijn voeten weer normaal zetten. Dat is ook logisch, want zo kon hij de buitenzijde gemakkelijk in de bodem drukken.
Op stal was dit voor het paard ook geen probleem, omdat het stro in de stal hetzelfde effect heeft als een zachte bodem.

De conclusie was dat een paard op rust geen enkel probleem had met de spat, omdat hij de stand zelf kon aanpassen. De problemen kwamen wanneer het paard ging bewegen.

spat_h11 spat_h6

Wij hebben nu een beslag ontwikkeld dat ervoor zorgt dat de hoornschoen niet meer stukgaat, terwijl de afwikkeling van de voet naar binnenvoorover wordt gestuurd. De resultaten zij hetzelfde als bij het werken met wiggen.

Het spatijzer is een normaal achterklapijzer dat sterk op de voet  is teruggelegd (de teen van de hoef staat over het ijzer) en in het binnenvoor kwartiergedeelte (tussen 1 en 2) een grote opzet heeft.
De opzet in dit gedeelte wordt versterkt door het ijzer in het binnen voorteen gedeelte (3) rond te smeden.  

spat_h8

Zodra het paard in beweging komt, zal de voet binnendoor afrollen. Dit soort beslag heeft hetzelfde effect als een hoefbeslag met een wig.
Het voordeel van dit beslag is dat het paard ook in rust zijn voet geheel kan belasten en zodoende ook normaal kan uitrusten.

De resultaten zijn nog steeds zeer goed te noemen.