iets teveel nooit te weinig

Door: J.R.van Nassau
Rijksgediplomeerd Leraar Instructeur Specialist Hoefsmid
Oud Gastel

Hoefbevangenheid is altijd een kwestie van een teveel, maar nooit of zelden van een tekort aan iets

De meningen over de behandeling van deze zeer pijnlijke hoefziekte lopen nogal uiteen, maar gelukkig wordt hiernaar steeds meer onderzoek gedaan, vooral in Amerika.

Ook wij hebben een behandelingsmethode ontwikkeld en wel op basis van een wandresectie en het beschermen van de pinlijke plaats onder het hoefbeen met een aangepast hoofcare®break-over hoefbeslag. Deze behandelingsmethode blijkt zeer succesvol zijn. De meeste dieren die we hebben behandeld, tonen al na een paar dagen een goede reactie.

De behandelingsmethode omvat niet alleen het hoefbeslag, maar voornamelijk ook de verdere dagelijkse verzorging van het paard door de eigenaar zelf.

 

“Hoefbevangenheid is meestal een kwestie van een teveel, maar zelden van een tekort aan iets.”

Een gezegde dat er niet om liegt. Hoefbevangenheid ontstaat in de meeste gevallen door het geven van te veel voer.
Deze ziekte was al in de oudheid bekend, maar tot op heden heeft nog niemand een pasklare oplossing gevonden voor deze ernstige ziekte. De reden hiervan is dat de reactie van het paardenlichaam op “iets te veel” ons nog steeds niet exact bekend is.
De laatste jaren is het opbouwen van kennis over de chirurgisch ingrepen en orthopedische technieken die kunnen worden toegepast bij hoefbevangenheid, in een stroomversnelling geraakt.
Het ene paardenlichaam reageert totaal anders op de verschillende stofwisselingsprocessen en de toegepaste therapie dan het andere paardenlichaam. Dat betekent dat tot nu toe geen enkele therapie garant staat voor een gunstige reactie.
We roeien nog steeds met de riemen die we hebben, van dag tot dag en zo nodig van uur tot uur, om deze bijzondere paardenziekte te lijf te gaan.     

Algemeen…

De acute hoefbevangenheid uit zich in een plotseling optredende ernstige kreupelheid, veroorzaakt door een zeer pijnlijk proces in de hoeven. De processen in de hoeven ontwikkelen zich meestal gelijktijdig aan de beide voorbenen, minder vaak aan alle vier de benen en soms aan beide achterbenen.
Afhankelijk van het antwoord op de vraag in welke hoeven de hoefbevangenheid zich bevindt, ontstaan een typische gang en vooral stand. Dit proces is zeer pijnlijk en het paard weigert te bewegen.
De stand die de dieren aannemen, hangt af van de plaats van de pijnlijke processen.

De meest voorkomende stand is die waarbij het paard de beide achterbenen ver onder het lichaam zet en de beide voorbenen strekt teneinde de voorbenen, en daarvan speciaal het toongedeelte, te ontlasten. De voet wil niet meer over de teen rollen. Daardoor zal het paard zijn voet extreem oppakken en ver naar voren plaatsen, zodanig dat eerst de achterkant (ballen) van de voet wordt belast en dan pas voorzichtig de rest van de voet.

Bij het betasten blijken de door de ziekte getroffen hoeven warm te zijn, met name aan de kroonrand. Bekloppen van de voorwand van de hoef of van het toongedeelte van de zool is zeer pijnlijk.
Op het moment dat dit ziektebeeld ontstaat, is het eigenlijke ziekteproces reeds uren of dagen oud.
De acute hoefbevangenheid is namelijk een systeemziekte waarbij de eigenlijke kreupelheid vrij laat tot uitdrukking komt.

De kreupelheid en pijnlijkheid ontstaan op het moment dat in de voet een beschadiging aan de bloedvaten ontstaat. Dit leidt tot een soms meer, soms minder ernstige kreupelheid, en gaat gepaard met een verdergaande beschadiging van de lederhuidplaatjes.
Als gevolg van deze vaatwandbeschadiging treedt veel vocht uit het vaatbed, waardoor de verbinding tussen de hoornplaatjes en de lederhuidplaatjes wordt verbroken.

Daardoor ontstaat, afhankelijk van de omvang van het losraken van de hoefwand, een kanteling van het hoefbeen (rotatie) of zelfs een “in de hoef zakken” van het hoefbeen (“sinker”).
In de erge gevallen toont het dier zich ook ziek. Het heeft hoge koorts, eet niet en gaat het liefst languit met gestrekte benen op de grond liggen. Het is van zeer groot belang de pathosfysiologie van de systematische en de lokale veranderingen te kennen, zowel bij de acute als bij de chronische fase van de ziekte.

Met deze kennis is het mogelijk de behandelingen, de gebruikte geneesmiddelen en het therapeutisch beslag beter te begrijpen.

Allereerst zullen wij met tekeningen laten zien hoe een gezonde voet eruit ziet.

  Het paard staat niet op zijn voeten, maar hangt in de hoornschoen.

 

c1 c2

 

 

De reden waarom een paard bijna nooit gaat liggen om uit te rusten of te slapen is dat het hoefbeen (2) innig is verbonden met de hoornwand (A).

Is deze verbondenheid verbroken door een a-septische ontsteking (zwarte pijlen) en gaat het hoefbeen door de krachten en het gewicht van het paard roteren (of laat het van de wand los) dan spreken we van een hoefbevangenheid

De Bloedvaten

De bloedvaten die zich naar de ondervoet begeven, komen van achter het hoefbeen binnen en vertakken zich in een zeer dicht vatennet rondom het hoefbeen. Zo voorzien ze de gehele voet van bloed.

Zenuwen

De zenuwen van de ondervoet vertakken zich vanaf de kogel in meer takken. In de hoef vertakken deze zich verder in zeer veel eindvertakkingen, eindigend in eindplaatjes, microscopisch kleine orgaantjes voor de tast en pijnzin. De hoef wordt zo een zeer gevoelig tastorgaan.

 

Wat gebeurt er nu bij een hoefbevangenheid?

c3

Kijk naar de tekening links. Het gaat erom dat de vleesplaatjes (rode stippellijn) door een a-septische ontsteking loslaten van de hoornlamellen. De hangende krachten die het paard uitoefent op de hoornschoen, worden hierdoor niet meer vastgehouden, waardoor het hoefbeen als het ware naar beneden kantelt. (rode pijl)
Daardoor drukt het hoefbeen op de zool, terwijl de zenuwen en de aderen ertussen zitten.

Deze worden afgekneld waardoor het paard kreupel wordt. Het gaat naar achter hangen om deze druk en zo de pijn te verminderen.  

 

HOEFBEVANGENHEID IS

VAAK TE GENEZEN  

(Een van onze gepubliceerde teksten over hoefbevangenheid.)

American Farriers Association Brookfield  Amerika )

Rob van Nassau en zijn tweelingbroer Antoon zijn beiden rijksgediplomeerd instructeur-leraar Specialist hoefsmid. In hun werk komen zij zeer vaak in aanraking met paarden en pony’s die lijden aan laminitis of hoefbevangenheid. Rob heeft er zijn specialisme van gemaakt en behandelt per jaar honderden dieren met deze ernstige ziekte. De meningen over de behandeling van deze pijnlijke hoefziekte liepen en lopen uiteen. Ook de behandelmethode die de broers Van Nassau ontwikkeld hebben, kreeg kritiek te verduren van zowel dierenartsen als hoefsmeden, maar de gebroeders claimen wel dat tachtig procent van de behandelde dieren met hoefbevangenheid is genezen.

We zijn al veel jaren bezig met het verbeteren van de behandeling van deze pijnlijke ziekte. Zo doende hebben wij een beslag en visie ontwikkeld die het proces werkelijk kunnen stoppen en verbeteren. De meeste mensen zien nog steeds niet in hoe ernstig deze ziekte bij een paard of pony is.

Gelukkig zijn er ook collega’s en dierenartsen die ons verder hebben geholpen en waarmee wij nu samenwerken. Door goed te kijken en te luisteren, hebben we heel wat over hoefbevangenheid geleerd. Het paard geeft zelf aan hoe het wil staan en lopen als het bevangen is. Toch zijn er hoefsmeden en dierenartsen die daar geen acht op slaan en zeker geen hoefbevangen voet durven te bekappen, laat staan zo’n voet op stand durven te brengen. De dierenarts beperkt zich vaak tot het geven van pijnstillers en antibiotica, maar daarmee genees je hoefbevangenheid niet. Daar zijn een specifiek beslag en een goede nazorg voor nodig. Wij zijn best trots op de resultaten die wij met onze behandelingsmethode hebben bereikt. Wel moeten we benadrukken dat we de paarden en pony’s met hoefbevangenheid niet binnen zes weken kunnen genezen. We kunnen deze patiënten wel binnen twee weken door middel van het beslag zo laten lopen, dat genezing kan plaatsvinden. Een goede nazorg bevordert het genezingsproces en is daarom essentieel.

Dierenarts en hoefsmid….

Hoefbevangenheid is eerder een zaak van de hoefsmid dan van de dierenarts. De hoefsmid kan het genezingsproces van de voet van een bevangen patiënt begeleiden door de voet op de juiste manier te bekappen en eventueel te beslaan met een speciaal ijzer. We hebben al vaak meegemaakt dat de dierenarts langdurig en zonder het gewenste resultaat te bereiken aan de gang blijft, met alle gevolgen van dien. Als hij het ten slotte opgeeft, kan de hoefsmid eraan beginnen. Het is in het belang van de patiënt dat de dierenarts en de hoefsmid samenwerken vanaf het moment dat de diagnose hoefbevangenheid is gesteld. Het allerbelangrijkste is dat de kennis van de ziekte en de behandelingsmogelijkheden worden vergroot.

Laminitis of hoefbevangenheid….

Hoefbevangenheid is een a-septisch ontsteking van de lederhuid tussen de hoornwand en het hoefbeen: de wandlederhuid. A-septisch wil zeggen dat de ontsteking geen bacteriële ontsteking is. De ontsteking wordt meestal opgewekt door giftige stoffen. De mogelijke oorzaken zijn legio. De aandoening doet zich meestal voor aan een of beide voorbenen, soms zijn de achtervoeten aangetast en zelden alle vier de voeten tegelijk. Het ziektebeeld is karakteristiek: de patiënt laat zien dat hij erg veel pijn heeft. (vooral op de plaats waar het hoefbeen met de punt de zool raakt)  Hij staat met beide voorbenen schuin naar voren en met de achterbenen onder zich, alsof hij aan de grond is genageld. De patiënt wil de tonen niet belasten en gaat met het totale gewicht op de ballen en de verzenen, dus het achterste gedeelte van de hoef, staan. De voet wil niet over de toon rollen en wordt daarom opgepakt en extreem ver naar voren weggezet, en wel zodanig dat de ballen eerst de grond raken. Dan pas wordt voorzichtig de toon belast.

Wat is de oorzaak… 

Proeven  door  prof. Breukink.

Er zijn proeven gedaan om te achterhalen waardoor een paard hoefbevangen kan worden.

PROEF….zgn. Carbohydrate overload model. Dit is een model waarbij de paarden en pony’s via een sonde een hoge dosis van een mengsel van zetmeel (85%) en houtcellulose toegediend krijgen. 24 tot 72 uur (gemiddeld 40 uur) na de toediening van dit zetmeel/cellulose-mengsel is een ernstige, acute hoefbevangenheid te constateren. Zo is men in staat geweest deze materie te bestuderen.
Wat gebeurt er tijdens het ontstaan van hoefbevangenheid in de ondervoet?        

Fase 1. In fase 1 daalt de bloeddruk eerst om daarna duidelijk te stijgen tot 140/86 mm HG (normaal 120/69). De centraal veneuze druk (druk van de aderen) daalt sterk. De pols stijgt naar 70/min en de temperatuur stijgt langzaam naar 40 graden. In het bloed stijgt het celvolume door het vochtverlies.

Hierdoor krijgt men een ontstekingsreactie. Door studie is gebleken dat de bloedsomloop sterke veranderingen ondergaat bij een acute hoefbevangenheid. De doorbloeding van de ondervoet, dat wil zeggen de hoeveelheid bloed die per tijdseenheid door de ondervoet stroomt, neemt bij een acute hoefbevangenheid sterk toe, maar de doorbloeding van de haarvaten van de hoef neemt sterk af.

Dit kan slechts het gevolg zijn van het openen van de arterioveneuze (A-V) shunts waardoor het bloed direct wordt doorgegeven aan het afvoerende veneuze deel en dus nooit in de ondervoet terecht zal komen.

Hoe komen deze dieren aan deze ziekte?

Alles heeft te maken met de stofwisseling van het dier zelf.

1. chronische nieraandoeningen b.v. glomerulo-nefritis, worden veel aangetroffen. Het feit dat daarnaast nogal eens necrose van het niermerg wordt aangetroffen, wijst erop dat niet altijd even voorzichtig met NSAID’s zoals butasolidine en finadyne wordt omgesprongen.
2. door een direct op de hoef inwerkend trauma of door overbelasting van de hoef
3. als secundair proces bij algemene ziektes zoals endometritis (ontsteking van het baarmoederslijmvlies), veroorzaakt door bepaalde geneesmiddelen zoals corticosteroïden
4. ten gevolge van fermentatiestoornissen in het maagdarmkanaal door ondeugdelijk voer, te snelle voerveranderingen tteveel aan suikers
5, overmatig eten van een koolhydraat, bijvoorbeeld door het eten van veel haver of paardenbrok, jong gras, appels onregelmatig voeren Teveel aan fructaan (insulineresistentie)
6. stress en emotionele factoren kunnen de hoefbevangenheid bevorderen
7. dik zijn is een grote factor
8. een afwijkende hoefvorm
9. een verwaarloosd beslag of een verkeerd aangepast beslag
10. een te harde of een te droge hoefwand
11 overbelasting…te lange ritten met een ongetraind paard,  een kou pakken,
12 te lang kreupel staan … bv op een been kreupel staan door nageltred, waarbij het paard gaat liggen een koorts heeft, het behandelen van straalkanker, dus een langdurige kreupelheid op een of meer benen
13. nageboorte…de nageboorte die niet volledig is afgekomen
14. ziekte
langdurig koorts hebben
15. medicijnen—-grote oorzaak is het gedurende lange tijd spuiten van corticosteroïden of andere langwerkende preparaten
16. allergieën verschillende soorten kunnen tot hoefbevangenheid leiden

17. giftige stoffen verdroogde zaden/ grassen /heesters die giftig zijn, werken hoefbevangenheid in de hand
18. ongevallen
19. nageltred vernageling van een niet passend of verkeerd ijzer
20. verwaarlozing

In de helft van alle gevallen is niet duidelijk wat de aanleiding is van de acute hoefbevangenheid. Volgens de in de literatuur vermelde gegevens komt hoefbevangenheid vooral voor bij merries van 4 tot 6 jaar oud en in iets mindere mate bij ruinen van 7 tot 9 jaar oud.
Vaststaat dat bij zwaardere paardenrassen, zoals het Nederlandse trekpaard en andere trekpaardrassen, het fjordenpaard en vooral de shetland pony, vaker hoefbevangenheid optreedt dan bij lichtere paardenrassen.

Hoefbevangenheid is en blijft een zeer ernstige aandoening. De afloop ervan hangt af van de snelheid en deskundigheid waarmee wordt ingegrepen. In het ergste geval kan het kantelende hoefbeen de zool compleet doorboren,
zoals op de foto te zien is.

  c4

Krachten verstoord….

Achter de hoornwand van de voet bevindt zich de hoeflederhuid met bloedvaten en zenuwen. De hoeflederhuid wordt afhankelijk van de plaats in de voet aangeduid als wandlederhuid, zoomlederhuid, straallederhuid, enzovoorts, maar zij vormt één geheel dat het inwendige van de hoef omsluit. In dat inwendige bevindt zich onder meer het hoefbeen. Dat hoefbeen ligt stevig ingebed in de hoeflederhuid. 

Aan het hoefbeen zitten twee pezen. Die pezen oefenen een bepaalde samentrekkende spanning (‘tractie’) uit. De pees die zijn aanhechtingspunt heeft aan de voorzijde van het hoefbeen, wordt de hoefbeenstrekker genoemd en de pees die aan de achterzijde van het hoefbeen vastzit, heet de hoefbeenbuiger. De tractie van de hoefbeenstrekker is geringer dan die van de hoefbeenbuiger.

c5

Hoeflederhuid, hoefbeenstrekker en hoefbeenbuiger houden in de gezonde voet gezamenlijk het hoefbeen in de juiste stand. Maar wanneer de hoeflederhuid gaat ontsteken, wordt het krachtenspel verstoord en kan het hoefbeen gaan kantelen (roteren) omdat de hoefbeenbuiger er als het ware harder aan trekt (‘tractie’) dan de hoefbeenstrekker. De punt (voorzijde) van het hoefbeen wijst nu richting zool. De hoef voelt warm aan en het doet het paard duidelijk pijn wanneer de wand wordt beklopt of wanneer druk wordt uitgeoefend op de zool, vóór de punt van de straal. In het ergste geval kan het gekantelde hoefbeen de zool doorboren. Men spreekt dan van een ‘zoolbreuk’. (foto boven) Ook als het zover nog niet is, zal de patiënt door de veranderde stand van het hoefbeen een afwijkende manier van staan en gaan vertonen, zoals hierboven is omschreven. In de ergere gevallen toont het dier zich ook ziek: het eet niet, heeft koorts en kan languit op de grond gaan liggen met de benen gestrekt.  

Door de abnormale houding die het bevangen paard aanneemt, hebben de spieren veel te lijden. Dit kan op zichzelf ook al ernstige gevolgen hebben.


Bloedcirculatie….

c6

Naar de plaatsen in de hoef waar zuurstofrijk bloed wordt aangevoerd en de wegen waarlangs het zuurstofarme bloed wordt afgevoerd, is veel onderzoek gedaan. Bij het ontwikkelen van een behandelingsmethode voor laminitis heeft men zich in belangrijke mate laten leiden door de eigen visie op het verloop van de bloedcirculatie in de voet. De voet bevat globaal gezien het hoefbeen en de hoornige voet met de bloedbevoorrading. Het hoefbeen hangt letterlijk aan de hoefwand, waarbij de lederhuid voor de verbinding zorgt. Het cruciale moment in een situatie van hoefbevangenheid is het moment waarop het hoefbeen en de hoefwand van elkaar gaan door de ontsteking van de lederhuid. Hierdoor zal het hoefbeen geheel of gedeeltelijk zakken of roteren en raakt de hele bloedbevoorrading van de hoef ontwricht. De bloedbevoorrading van de gevoelige lederhuid van de wand komt niet via de voor-bovenkant van het hoefbeen, zoals velen denken. De slagaders komen van boven langs de onderachterkant van de voet. Via de bodem van het hoefbeen lopen ontelbare vaatjes via de toonwand naar boven. Tegelijkertijd wordt het bloed via de lagere vlakten, het hoefbeen en het straalbeen binnengeleid. De afvoer van het bloed uit de voet gebeurt onder de wand via verbindingen van ontelbare adertjes die gekruist over de zoolvlakte liggen. Bij een ontsteking wordt weliswaar meer bloed aangevoerd dan normaal, maar omdat de inwendige structuur van de hoef is veranderd als gevolg van de ontsteking, kan het bloed zijn normale weg niet meer volgen. Een van de eerste gevolgen van de bevangenheid is een vernauwing van de aderen die het zuurstofrijk bloed naar de wandlederhuid moeten stuwen. De bloedtoevoer naar de wandlederhuid wordt dus verminderd – en niet vermeerderd – en de wandlederhuid verzwakt. Op een gegeven moment kan de wandlederhuid de enorme neerwaartse druk van het hoefbeen niet meer aan. De wandlederhuid kan dan gaan scheuren. Omdat de achterkant van de straal en de flexibele delen nog voor een bepaalde ondersteuning zorgen, en door de druk die de hoefbeenbuiger uitoefent, zal het hoefbeen met de punt naar beneden zakken en de honderden bloedvaatjes in de zool dichtdrukken, waardoor de bloedtoevoer nog verder wordt gereduceerd. Er bestaat dus een wisselwerking tussen het roteren van het hoefbeen en de toe- en afvoer van bloed. Het een versterkt het ander.

 

Op een röntgenfoto is te zien, hoe ver het hoefbeen precies is gekanteld. Dit is nodig om te kunnen bepalen of het zinvol is om een (heart-bar) ijzer aan te brengen. Dit beslag mag alleen ondersteunen; het mag nooit gebruikt worden om het hoefbeen terug te drukken. Technisch gezien is dit onmogelijk. Op die manier kan onherstelbaar schade worden aangericht aan vooral de zool, die door de druk van bodem en de druk van de punt van het hoefbeen ingesloten raakt. Zodoende wordt alles afgekneld, wat tot zeer ernstige problemen kan leiden.

Behandeling….

Om het genezingsproces op gang te brengen, moet de doorbloeding van de voet zoveel mogelijk worden hersteld. Maar dat is makkelijker gezegd dan gedaan. We moeten nog veel leren over medicijnen die bij dit probleem heilzaam kunnen zijn. Pijnstillers zijn nuttig, om de patiënt lijden te besparen, maar zij stoppen het ziekteproces niet. Er zijn geneesmiddelen waarvan is aangetoond dat zij de bloedvoorziening in de voet tijdens de hoefbevangenheid bevorderen. Sommige zijn speciaal ontwikkeld voor de behandeling van hoefkatrolontsteking, maar deze hebben ook een gunstige invloed bij hoefbevangenheid. Het is echter uiterst belangrijk dat de voet in alle gevallen eerst op de juiste manier wordt bekapt en eventueel wordt voorzien van het juiste beslag. Wanneer eerst geneesmiddelen worden toegediend, kan een verkeerd beeld ontstaan van de hoefbevangenheid, in welk geval de behandeling de toestand kan verergeren in plaats van verbeteren.

 

Het correct bekappen van de voeten is de belangrijkste voorwaarde voor de genezing van hoefbevangenheid. Het heart-bar beslag kan daarbij helpen. De voet moet eerst hoe dan ook teruggebracht worden tot de normale vorm, desnoods ten koste van de wand, die door de ziekte tijdelijk toch al sneller aangroeit. Het ijzer dat gebruikt wordt, moet in lengte en breedte evenredig en, om het hoefmechanisme optimaal te laten werken, voldoende ruim en lang zijn.

 

 c7

Bij hoefbevangenheid komt het meestal voor dat iedereen vertelt hoe ernstig het is; ze hebben het allemaal wel meegemaakt.

De veearts vertelt u aan de hand van röntgenfoto’s hoe het had moeten zijn en geeft in de eerste instantie pijnstillers.

Is de ziekte enkele weken verder en gaat het niet meer goed ……..dan pas komt de hoefsmid……….

 

Overgang van de acute naar de chronische hoefbevangenheid….

De acute veranderingen hebben dus tot gevolg dat de capillaire perfusie (doorbloeding in de haarvaten) daalt, de arterioveneuze shunts opengaan en de bloedstroom door de voet toeneemt.
De slechte doorbloeding naar de lederhuid veroorzaakt de pijn die in het begin van de acute hoefbevangenheid optreedt.
In een latere fase wordt de pijn veroorzaakt door een ernstige ontstekingreactie in de hoeflederhuid.
Door deze pijnen ontstaat een uitstoot van bijnierschorshormonen die direct, maar ook indirect, de situatie in de ondervoet kunnen verergeren en daarmee de doorbloeding van de lederhuid sterk kunnen doen afnemen.
Ook veroorzaakt het in de circulatie komen van de catecholamines en corticosteroïden een bloeddrukstijging, die weer op haar beurt van invloed is op de veranderingen van het bloeddoorstromingspatroon in de hoef.
Als dit de kans krijgt lang te duren, veroorzaakt dit een ernstige schade. Men kan deze processen in een vroeg stadium onderbreken door de uitstoot van catecholamines te onderdrukken met o.a. Pphenyloxybenzamine en de pijn te onderdrukken met o.a. butasolidine.

De chronische fase van de hoefbevangenheid wordt soms al binnen 3 uur na het begin van de acute fase ( kreupelheid) bereikt en gaat gepaard met een kanteling van het hoefbeen, of nog erger, het in de hoef zinken van het hoefbeen (sinker).

Wanneer binnen 24 uur na het begin van de kreupelheid geen kanteling is opgetreden, is de kans dat dit alsnog gebeurt, zeer klein.

Sinker….

Bij een chronische hoefbevangenheid kan door de druk van het paard het hoefbeen verticaal door de schoen zakken. De kroonlederhuid wordt daarbij naar binnen en naar beneden getrokken. Dit is een van de zeer ernstige en zeer pijnlijke vormen van hoefbevangenheid. Deze vorm van hoefbevangenheid komt meestal voort uit lang wachten zonder ingrijpen.

c8

De paarden die door deze fase komen, geven een gedeformeerde hoorngroei: de zoomlederhuid die voor de afgroei van de hoornpijpjes zorgt, zal de hoornpijpjes door de grote trekkracht van het hoefbeen niet met het hoefbeen laten afgroeien maar in een horizontale lijn naar buiten laten groeien (1. Normale groei,  1a gedeformeerde groei).

 

 

Uiterlijk van het paard….

Men kan bij paarden met een chronische hoefbevangenheid hormonale stoornissen aantreffen die ook uitwendig zichtbare veranderingen teweeg kunnen brengen, zoals huidveranderingen die gepaard gaan met korst- en plooivorming. Ook krijgen deze paarden een bolle hals die zwaar en dik is en aanvoelt als een plank. En de achterhand lijkt wel op die van een dikbil koe.

Slot….

Hoefbevangenheid is een resultante van een ziekte die het hele dier treft. Nog eens wordt duidelijk gemaakt dat bij veel paarden in het chronische stadium de bloeddrukverhoging blijft bestaan. De ziekte is dan steeds moeilijker medimencateus te beïnvloeden.
Het is van belang te trachten te voorkomen dat door het verbreken van het contact tussen de lederhuidplaatjes en de hoornplaatjes ernstige langdurige veranderingen ontstaan.
Het voorkomen van
een acute hoefbevangenheid is dus van het grootste belang. Daarbij moet worden aangetekend dat in 50% van de gevallen de eigenlijke primaire oorzaak niet vaststaat.

Doen zich omstandigheden voor waarbij voor het ontstaan van acute hoefbevangenheid gevreesd moet worden, dan kan het preventief toedienen van heparine (bloedverdunnend tegen bloedstolsels) zeer zinvol zijn. Ook in het eerste stadium van de hoefbevangenheid is het echt mogelijk om met behulp van stollingremmende, ontstekingsremmende en blokkerende middelen genezing te bevorderen, zodat er geen loslaten van de hoefwand optreedt.

Door een zorgvuldige bepaling van de toe te dienen medicamenten en met hulp van een goede hoefsmid is het mogelijk  ernstige schade bij acute hoefbevangenheid te voorkomen.

Factoren voor de kanteling van het hoefbeen….  

De kanteling wordt bepaald door:

1    De hoeveelheid beschadigd weefsel ——— dit hangt af van de ernst en de duur van de processen
2    De mogelijkheid om de reactieketen te doorbreken ———– iets doen om een onderdeel te verbeteren
3    De vorm van de hoef ————- grote voeten hebben minder weerstand dan kleine; dit brengt ook de welving van de zool met zich
4    Het gewicht van het paard ——— meestal zijn deze dieren te zwaar —– vermageren

Cijfers en soorten hoefbevangenheid

Er zijn verschillende soorten hoefbevangenheid

1. aan beide voorbenen: ongeveer  65%
2. op alle vier de benen: 13%
3. aan één been: 20%
4. aan de achterbenen: 2%
De leeftijd van de paarden varieerde tussen 5 en 9 jaar.

                                              

Fases bij een hoefbevangenheid…..

Voor hoefbevangenheid bestaan verschillende therapieën. Elke dierenarts en hoefsmid heeft zijn eigen persoonlijke voorkeur of keurt bepaalde therapieën af. Deze diversiteit aan meningen wordt waarschijnlijk veroorzaakt door het feit dat de kennis over en de onderkenning van de diverse stadia van hoefbevangenheid onvoldoende is.

De volgende 4 stadia kunnen worden onderscheiden.

1e fase (laminitis eng.)

weinig klachten  Het proces speelt zich inwendig af en heeft geen waarneembare kenmerken. De lederhuid gaat ontsteken zonder dat het dier kreupel is. De gang van het paard wordt iet of wat stram. De lamellen worden in de lengterichting enigszins uitgerekt, wat resulteert in een geringe neerwaartse verplaatsing van het hoefbeen binnen de hoornschoen.
Wanneer de schade aan de lamellen groot genoeg is (bijvoorbeeld door en lange periode van ischaemie, of als het dier wordt gedwongen te lopen) kunnen meer interlamellaire verbindingen met een destructie te maken krijgen, wat resulteert in de verdere verplaatsing van het hoefbeen ——-met als resultaat fase 2. Fase 1 kan ook alleen resulteren in een losse wand, zonder dat het paard daarbij kreupel gaat.

2e fase (founder eng.)
Waarneembare kenmerken: de lederhuid laat los. In deze fase is het verstandig om een röntgenfoto te nemen om de mate van het kantelen van het hoefbeen vast te stellen. Als in deze fase  kanteling van het hoefbeen optreedt, zal die in eerste instantie niet worden veroorzaakt door de trekkracht van de diepe buiger, maar alleen door het uit elkaar drukken van de wandlederhuid en de hoornwand door het zich daartussen ophopend vocht (serum en bloed).
Indien een zeer uitgebreide destructie van de interlamellaire verbindingen heeft plaatsgevonden, resulteert dit in een nagenoeg totale loslating van het hoefbeen binnen de hoornschoen ——– met als resultaat fase 3.

3e fase ———— ernstig kreupel
De witte (gele) lijn heeft zich verbreed. We zien vochtuittreding met bloed uit de beschadigde wandlederhuid. De witte lijn wordt iedere dag breder, afhankelijk van de mate van kanteling van het hoefbeen.
De kracht waarmee het hoefbeen in fase 2 naar beneden wordt gedrukt,  is het beste zichtbaar aan de papillen van de kroonlederhuid, die soms ernstig verbogen kunnen zijn of uit het kroongedeelte van de schoen getrokken kunnen zijn.
In het beginstadium van fase 2 kan men zien dat de zogenaamde rotatie van het hoefbeen in feite niets anders is dan een rotatie van de hoornschoen in tegengestelde richting. Deze wordt als volgt veroorzaakt. Nadat de interlamellaire verbindingen uitgerekt en losgelaten zijn, lekt er vocht uit de bloedvaatjes in de aldus gecreëerde ruimtes. Het evenwijdig verband tussen enerzijds de voorzijde van het hoefbeen en anderzijds de dorsale hoefwand is dan definitief verbroken.
Het uittredende vocht dat zich ophoopt tussen de lamellen van de wandlederhuid en de hoornschoen, komt onder druk te staan en veroorzaakt forse pijnen.
Dit opgehoopte vocht kan door middel van een resectie van de dorsale wand (hoornwand) worden verwijderd. Tijdens deze ingreep kunnen dan ook de necrotisch geworden lamellen eventueel worden verwijderd.

In sommige gevallen van hoefbevangenheid blijkt dat de spier van de diepe buigpees spasme gaat vertonen, of zich daadwerkelijk gaat verkorten.

In dat geval wordt het onmogelijk om met orthopedische maatregelen de assen van het hoef-, kroon-, en kootbeen weer in elkaars verlengde te krijgen. In dit soort gevallen zal klieven van de diepe buigpees, en wel van het checkligament,  noodzakelijk blijken te zijn. 

c9

 

4e fase ——— zoolbreuk

Ook indien al direct bij het begin wordt ingegrepen, kan toch een zoolbreuk ontstaan. Deze is dan niet ernstig. Het hoefbeen zal nog voldoende omkapseld zijn zodat dit geen gevolgen heeft voor de verdere behandeling (geef deze geen dracht).

 

Er zijn 4 verschillende zoolbreuken

1.  zoolbreuk door een oppervlakkige ontsteking in de zool
2.  een zoolbreuk waarbij alles is geïnfecteerd
3   een begeleide zoolbreuk
4  
een niet begeleide zoolbreuk

 

zeer ernstig kreupel

Als 4e fase kan door de grote kracht die op het hoefbeen wordt uitgeoefend, ook nog een sinker optreden.

Een dwarsdoorsnede van een ondervoet van een patiënt met een hoefbeen dat in zijn geheel is gezakt, toont aan dat de lederhuid van de kroonrand (en het daarbij behorende vaatbed) klem komt te zitten tussen de bovenkant van de hoefwand en de bovenkant van het hoefgewricht (met de daarop liggende aanhechting van de dorsale stekpees (het hoefbeen zakt).
Daarom kan deze kroonrand-lederhuid geen nieuw hoorn vormen dat weer met de lijn van het hoefbeen meegaat.
De wand zal meteen in een buiging naar buiten (dus van de voet af) afgroeien. Hierdoor ontstaan de bekende knolhoeven, tenzij het bovenste gedeelte van de dorsale hoefwand flink wordt verdund, zodat de druk op de lederhuid wordt verminderd en zich dus ook de doorbloeding kan herstellen.

Dit verklaart waarom bij een niet behandelde hoefbevangenheid de hoeven altijd divergerende groeiringen vertonen. (met minder groei in het teengedeelte)
Het verzakken van het hoefbeen heeft eveneens tot gevolg dat de aanvankelijke holle zool eerst vlak en daarna bol komt te staan.
Ten slotte kan ter plaatse van de rand van het hoefbeen een zoolbreuk ontstaan. Dit is bij een rotatie van het hoefbeen meer waarschijnlijk.

Veel matig verzorgde dieren houden hieraan typische vervormde voeten over. Daarom is het van het grootste belang dat deze dieren goed bekapt en beslagen worden.
Essentieel is daarbij wel dat de dorsale wand zodanig wordt verwijderd dat hij weer evenwijdig komt te lopen met de voorkant van het hoefbeen. Dit zal tot gevolg hebben dat nogal geraspt moet worden door de Hyperplastische lamellaire wandhoorn. De verzenen dienen voldoende lang gelaten te worden (hoefbeen 5 graden), terwijl het ijzer voldoende breed en lang gelaten moet worden. De binnenrand van de toon moet worden weggesmeed, zodat deze geen dracht kan krijgen met de zool.

Wanneer begint de hoefbevangenheid in de praktijk, en is het wel een hoefbevangenheid?

Wat we moeten constateren:

In de peracute fase zal de patiënt vaak weigeren een stap te zetten. In geval van dwang zal het dier met de voorbenen nog verder naar voor gaan staan en zijn gewicht op de achterhand brengen. In stap zal het specifieke “op eieren lopen” te zien zijn. Ook zal de gang hoog en verheven zijn. Het dier zal een verhoogde polsslag hebben. Dit zal betekenen een

a-septische ontsteking, of een septische ontsteking, of een acute hoefbevangenheid (fase 1).

Waardevolle informatie kan worden verkregen door aftasten van de kroonrand: in een vroeg stadium van hoefbevangenheid zal de kroonrand drukgevoelig zijn.

In een later stadium (fase 2) zullen zich echter in het toongedeelte, net boven de kroonrand, pijnlijke duidelijk voelbare naar mediaal en lateraal lopend groeven gaan ontwikkelen. Dit is dan het bewijs dat het hoefbeen binnen de schoen gezakt is door een verzwakte of gedestrueerde  interlamellaire verbinding. Hoe langer de groeven, hoe ernstiger de verzakking.

Loopt de groeve helemaal door tot aan de verzenen, dan heeft de interlamellaire verbinding nagenoeg compleet losgelaten (eng Sinker fase 4).

In het laatset geval geldt dat binnen 72 uur een behandeling moet worden ingesteld (specialistisch orthopedisch beslag en eventueel chirurgisch ingrijpen) om de patiënt nog enig uitzicht te geven op een sportcarrière.

Er is geen verbrede witte lijn.
Te lange tenen met te veel druk op de verzenen geven geen groei. Ook deze paarden gaan staan alsof zij bevangen zijn.
Als niet wordt ingegrepen zal de groei slecht blijven.

Het paard laat de symptomen van hoefbevangenheid zien, maar is niet gelijkmatig kreupel.

Dit duidt op een ontsteking.

Geen zichtbare veranderingen.

Patiënten waarbij de interlamellaire verbinding bijna volledig is losgelaten, staan vaak niet zoals een paard met een “klassieke” bevangenheid. In die gevallen wordt nog al eens de foutieve diagnose maandagziekte (acute myopathie of bevangenheid) gesteld.
Indien de bevangenheid langer bestaat, zullen de karakteristieke veranderingen zichtbaar worden: een hol en lang toongedeelte met divergerende groeiringen, te hoge verzenen, een te volle zool en een verbrede witte lijn.

– NSAID-kuur (butasolidine), sedatie (vetrabquil) en stalrust in een ruime box met een dikke strolaag. Het behoeft geen betoog dat advies omtrent voeding ook noodzakelijk is.
De meeste patiënten met een verzakt of een gekanteld hoefbeen zullen wel op de bovenstaande therapie reageren, maar als de hoeven weer echt moeten gaan functioneren, zal ingrijpender moeten worden gehandeld.
Patiënten met een (bijna) volledige loslating van het hoefbeen vereisen een snelle ingrijpende behandeling als men ze überhaupt een kans wil geven om te overleven.

 

PIJN!!!!

Doordat het paard of pony bij deze ziekte veel pijn heeft, zal ook de groei totaal stoppen. Dit is een normaal verschijnsel.
Het is daarom van het grootste belang om deze pijn zo vlug mogelijk te bestrijden om zo de groei van de voeten te stimuleren.

HOEFSMID….
De hoefsmid moet van het begin af aan bij de behandeling van hoefbevangenheid worden betrokken. “Door de voet goed te vormen” — dat wil zeggen: hoe dan ook terugbrengen tot de normale vorm, en indien nodig te beslaan — wordt de pijn zoveel mogelijk gereduceerd. Het is mooi van de natuur, dat bij hoefbevangenheid de hoorngroei wordt gestimuleerd. Wij kunnen daar gebruik van maken bij het begeleiden van de voet naar de correcte stand en vorm. Naarmate de voet in een meer normale stand en vorm terugkomt, neemt de extra hoorngroei af. Dit is meteen een bewijs, dat alles weer goed functioneert.

Een normaal of speciaal ijzer kan het genezingsproces bevorderen. Wordt echter op een ondeskundige manier beslag aangelegd, dan werkt het averechts en kan het dier nog meer pijn krijgen dan het al had. Het ijzer dat wij gebruiken ter behandeling van hoefbevangenheid, is het vernieuwde heart-bar.

 c10

HEART-BAR BESLAG

 

Niet alle dieren met hoefbevangenheid zijn hetzelfde. Het is erg belangrijk om eerst de fase te bepalen waarin de ziekte zich op het moment van de aanvang van de behandeling bevindt. Hoe eerder je erbij bent, hoe beter het is. In sommige lichte gevallen is op de juiste wijze bekappen afdoende. Sommige knappen alweer op met een normaal beslag, waarbij wel te allen tijde de zool moet worden ontlast. Andere worden geholpen met een afwijkend beslag. Het heart-bar ijzer ziet eruit ais een normaal ijzer, met daarin gelast een terug-liggende balk in de vorm van een smal hart of V-vorm. De onderkant van het hart heeft dezelfde vorm als de bovenkant van een lepel. De kop hiervan gaat een bepaald punt van het hoefbeen belasten.

Bij het heart-bar ijzer luistert het gebruik ervan in drie opzichten héél nauw. Ten eerste heb je te maken met drukveranderingen op de heart-bar. Het is essentieel om te weten hoe groot de druk is die uitgeoefend moet worden op de zool om het verder kantelen van het hoefbeen tegen te gaan. Je moet het hoefbeen als het ware blokkeren, maar niet terugdrukken. Dat laatste kan en mag onder geen enkele omstandigheid gebeuren! Probeer je dat toch, dan kun je onherstelbare schade aanrichten. Ten tweede is de ligging belangrijk. Bij het plaatsen van het heart-bar beslag luistert het bijzonder nauw, dat de voet eerst goed bekapt en gevormd is. Het derde, even belangrijke aandachtspunt is, dat het hart (het hoogste gedeelte of kop van de balk) en daarmee de druk op precies de juiste plaats komt te liggen.

 

c11

 

MILLIMETERS

 

 

Voor de berekening van de druk en de ligging hebben we een duidelijk schema weten samen te stellen, waaruit de juiste gegevens per paard kunnen worden afgelezen. Deze tabellen worden met veel succes gebruikt. Het succes hangt in dergelijke gevallen af van millimeters. Nauwkeurigheid is een eerste vereiste. De werking van een dergelijk ijzer is gericht op het geven van ondersteuning, het tegengaan van het verder kantelen van het hoefbeen, het tot rust brengen van de voet en het herstellen van de natuurlijke doorbloeding. De blokkerings-druk die wordt gegeven, komt op ongeveer 2 vierkante centimeter te liggen en wel op de straal, onder het hoefbeen, in het gebied achter de welving van de aanhechting van de buigpezen. Dit is het enige punt waar de druk kan en mag worden gelegd om een goed resultaat zonder noemenswaardige schade te veroorzaken.

 

 

 

 

Bij een rongtenopname zien we dat de lepel van het  haertbar-hoefijzer precies onder de vlakte van het hoefbeen ligt en niet op de plaats waar de aanhechting van de diepe buigpees zich bevindt.
Deze behandelswijze vereist een extreme vakbekwaamheid anders zal dit uitmonden tot een regelrechte dierenkwelling!!!
 c12

Haertbar beslag met het verwijderen van de teenwand  

c13

 

Het wegnemen van de hoornwand  van de hoefbevangen voet kan ook een oplossing zijn voor de genezing van deze ziekte.
Het is in sommige gevallen goed mogelijk om de toonwand in zijn geheel te verwijderen omdat hij anders te veel obstructie geeft aan de kroonrand. Deze methode kan zeer goed samengaan met het heart-bar beslag.
In sommige gevallen kan de verwijdering van de toonwand al een zeer grote vooruitgang en verlichting betekenen voor het paard.
In sommige gevallen kan ook boven bij de kroonrand een horizontale sleuf worden gefreesd tot de vleesplaatjes om de afvoer van vocht te realiseren en om te voorkomen dat een ontsteking vanonder uit de wand verder het paard kreupel zal maken.

 

Resectie van de hoornwand….

Resectie van de hoornwand kan in de meeste gevallen het paard enorme opluchting geven omdat we de druk door het uittredende vocht geheel wegnemen. Bij het dun vijlen van de hoornwand zien we de witte lijn naar buiten uitpuilen. Dat wil zeggen dat de druk van de ontstoken plaatjes zeer groot is. In sommige gevallen is het wegnemen van de totale hoorn-teenwand aan te raden.
De zijwanden zullen bij een normale hoefbevangenheid sterk genoeg zijn om de druk te houden.

        

c14 c15
c16 Op de volgende dia is zelfs goed de vochtuitreding (geel) van de lederhuidlamellen te zien.

 

         ACUUT OF CHRONISCH ?…

c17

Een paard met hoefbevangenheid hoeft niet per definitie beslagen te worden. Het hangt ervan af, in welke fase de ziekte zich bevindt. We moeten te weten komen of het een geval betreft van enkele dagen, weken of maanden oud en of dat het steeds terugkeert. In het acute geval, als de eerste scheuring in de lederhuid heeft plaatsgevonden zonder dat de voet daarbij al is vervormd, is het goed een röntgenfoto te maken, omdat je dan precies kunt zien of en in hoeverre het hoefbeen is gekanteld. Is het hoefbeen inderdaad begonnen met kantelen – dat gebeurt vaak na drie dagen – dan is het ziekteproces in zijn tweede fase. Sommigen zijn geneigd om de hoefbevangenheid dan chronisch te noemen. In Nederland is dat min of meer synoniem aan “niets meer aan te doen, laat maar afmaken”. Wij zijn het daar absoluut niet mee eens en baseren ons behalve op onze eigen ervaringen en op die van onze Amerikaanse collega’s. De witte lijn is in de tweede fase nog niet verbreed.  Deze patiënten kunnen gebaat zijn bij een heart-bar beslag. In deze categorie hebben wij ook de beste resultaten. In de derde fase gaat de witte lijn zich verbreden en krijgen we te maken met vochtuittreding uit de verscheurde wandlederhuid. Ook in deze fase kunnen met het heart-bar beslag in de regel nog goede resultaten worden bereikt. Bij een echt chronische vorm van hoefbevangenheid ( eng: laminitis), waarbij de voet belangrijke vormveranderingen heeft ondergaan — zo’n voet wordt gekenmerkt door hoge verzenen, een platte of bolle zool, een uitgedroogde witte lijn en een sterk terug-liggende rand in de hoornschoen — kan het heart-bar beslag niet meer worden toegepast. Na het loslaten en kantelen van het hoefbeen ontstaat in de toon tussen het hoefbeen en de wand een loze ruimte, die zich vult met een korrelig open weefsel, dat langzaam taai en stevig wordt. Bij chronische hoefbevangenheid geeft dit weefsel het hoefbeen een redelijke steun, waardoor verder kantelen wordt voorkomen. Goed bekappen is in dat geval voldoende: de voet moet in de normale vorm en stand worden teruggebracht, ook al moet daarvoor de halve toonwand worden verwijderd. Alleen dan krijgt het hoefbeen de gelegenheid in zijn oorspronkelijke stand terug te keren. De taaie hoornstof, die zich als gevolg van de loslating heeft gevormd, kan als gevolg van de behandeling weer verdwijnen. Van bovenaf groeit immers nieuw hoorn naar beneden en als de voet door de juiste bekapping de normale vorm en stand heeft teruggekregen, krijgt het hoefbeen de kans om weer de oorspronkelijke hoek met de bodem, ongeveer 5 graden, te maken en wordt de normale verbinding met de wandlederhuid hersteld. Alles bij elkaar duurt dat genezingsproces ongeveer een jaar, ook al wordt de groei door de hoefbevangenheid gestimuleerd.

 DIERENMISHANDELING….

c19

Hoefbevangenheid kan door een veelheid aan oorzaken ontstaan. Voor een deel zijn die oorzaken onbekend en zeker is dat het ene paard er veel vatbaarder voor is dan het andere.  Dat neemt niet weg dat er een aantal oorzaken zijn die direct samenhangen met de verzorging van het paard en de manier waarop ermee wordt gewerkt. Zo kan hoefbevangenheid een direct gevolg zijn van slecht beslag, van te veel of te rijk voeren, van plotselinge veranderingen in het voer of in het werk, van te lang stappen of draven op de harde weg, van te lang staan met nageboorte (bij merries), van vergiftiging enzovoorts. Bekend is bijvoorbeeld het optreden van hoefbevangenheid wanneer paarden of pony’s in een te rijke wei worden gezet. Voorkomen is altijd beter dan genezen, dus hier ligt een belangrijke verantwoordelijkheid bij de verzorger en de gebruiker. Komt hoefbevangenheid geregeld terug, dan moet zorgvuldig worden nagegaan wat daarvan de oorzaak kan zijn. De mogelijkheid van een allergische reactie op een bepaald voedermiddel of op een medicijn mag daarbij niet worden uitgesloten, maar meestal is er sprake van onjuist voeren of werken. Als dat een keer tot hoefbevangenheid leidt is dat erg. Als men daar niets van leert en de hoefbevangenheid komt bij herhaling terug, dan is er sprake van regelrechte dierenmishandeling.

NIET GESCHIKT….

c20

‘Samenvattend kunnen we zeggen dat het goed bekappen van de voeten het belangrijkste is om genezing te bewerkstelligen.. Het gebruik van zolen met ‘werk en teer’ of een kunststof vulling (hoofpad of siliconenkit) vinden wij niet aan te raden, hoewel er bij lichte gevallen wel goede resultaten mee worden bereikt. Het bezwaar is dat door werk of hoofpad druk wordt uitgeoefend op de hele zool, wat de bloedtoevoer belemmert in plaats van bevordert. Een zogenaamd ‘verbandijzer’ kan goed werken omdat de ondervoet wordt beschermd, maar je mag er dan geen druk in leggen. Andere vormen van beslag zoals de ‘eggbar shoe’ en het ‘kurkijzer’ zijn voor de behandeling van hoefbevangenheid niet geschikt. Een weer nieuw beslag is het Hoofcare®breakover hoefbeslag dat de bodemdruk van de pijnlijke plaats wegneemt en heeft steeds meer succes 

Hetzelfde geldt voor het geven van modderbaden. Die zijn een haard van bacteriën en omdat de afkoeling en de zachte tegendruk die daarbij op de zool wordt uitgeoefend maar tijdelijk zijn, lossen zij niets op. Is er sprake van een chronisch geval van hoefbevangenheid, dan kan koud afspuiten over het algemeen geen kwaad. Het heeft een afkoelend én pijnstillend effect. Maar bij een acuut geval heeft koud afspuiten een averechts effect: door de voet geforceerd te koelen, trekken de bloedvaten in de wandlederhuid nog meer samen terwijl de doorbloeding juist bevorderd moet worden. Beweging is altijd goed voor een paard,  maar als het bevangen is, doe je er verstandig aan de beweging tot het hoogst noodzakelijke te beperken. Per dag een of twee keer tien minuten of een kwartier stappen aan de hand over een zachte en vlakke ondergrond en dit wat opvoeren gaat de stijfheid tegen en bevordert de bloedsomloop. Deze training is de belangrijkste nazorg. Het Hoofcare®breakover ijzer kan een belangrijk hulpmiddel zijn bij het beschermen van het roterende hoefbeen, maar om het werkelijke genezingsproces op gang te krijgen en te houden moeten we zo vlug de pijn doormiddel van resectie van de hoornwand en hoefbeslag (Hoofcare®break-over) weten te verminderen.

c21
TOT SLOT….

Tot onze ergernis zien wij iedere keer weer dat bij deze ziekte te weinig of verkeerd beslagtechnisch wordt ingegrepen. Het is daarom erg jammer dat er nog steeds hoefsmeden en dierenartsen zijn die bij deze ernstige ziekte uit onkunde de mensen ertoe brengen om bij hen medicamenten, homeopathische middelen en vitamines af te nemen onder het mom dat het paard daardoor sneller beter wordt of dat daardoor de hoorngroei wordt gestimuleerd.
Het meest bekend is biotine. Men denkt dat de voeten door dit middel sneller zullen groeien, maar niets is minder waar. In Amerika zijn daarnaar onderzoeken gedaan en er is bewezen dat de biotine geen of nauwelijks effect heeft op de kwaliteit en groei.
Pedicine of laurierzalf zijn smeersels die buiten op de kroonrand worden aangebracht. Men denkt ook van deze middelen dat zij de groei zullen bevorderen.
De kroonlederhuid, waar de hoornpijpjes zich ontwikkelen, zit ver in de hoornschoen en zal van buitenaf nauwelijks of geen stoffen opnemen. Deze kroonlederhuid wordt alleen gevoed door de stoffen die worden aangevoerd door het bloed.

Laat u niet wijsmaken door allerlei interessante verhalen en laat u vooral niet misleiden door natuurgenezers en strijkers. Een goede begeleiding van een hoefsmid die zijn vak verstaat, is van essentieel belang.

VRAGEN….
We zijn blij met de resultaten die we tot nu toe met de behandeling van hoefbevangenheid hebben bereikt. Maar er zijn nog vragen genoeg waarop ook wij het antwoord schuldig moeten blijven. Waarom komen zoveel gevallen van hoefbevangenheid van waarbij geen sprake is van overvoeding? Waarom treedt de aandoening zo vaak maar aan één voet op? En waarom treden er na een goed begeleiding en ogenschijnlijk genezen hoefbevangenheid soms toch nog wandproblemen op?. Vragen die voor ons en voor anderen aanleiding zijn om te blijven zoeken naar oplossingen voor een pijnlijke aandoening, die jaarlijks nog veel te veel paarden en pony’s in de ziekenboeg doet belanden of ten onrechte worden geslacht.

 

Rijksgediplomeerd Instructeur-leraar Specialist Hoefsmid R. van Nassau
Rijksgediplomeerd Instructeur-leraar Specialist Hoefsmid A. van Nassau

Middenstraat 15-17    Oud-Gastel
www.hoofcare.nl


(0165)512780                      c22
(0165)513818